Het komt regelmatig voor dat iemand die niet in aanmerking komt voor een WIA-uitkering daartegen bezwaar (en beroep) in stelt. Als dat bezwaar op medische gronden is ingestoken, dan zal een betrokkene met medische informatie moeten onderbouwen waarom de verzekeringsarts de beperkingen heeft onderschat. Dat valt niet (altijd) mee en soms helpt de bestuursrechter de betrokkene een handje.
In de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 27 februari 2026 (ECLI:NL:RBOVE:2026:1098) gebeurde dat.
Wat speelde er?
Een voormalig assistent teamleider in de logistiek is langdurig uitgevallen en heeft na het doorlopen van de wachttijd van het UWV te horen gekregen dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering, omdat hij de drempel van 35% niet haalt. De betrokkene stelt in bezwaar en beroep dat de verzekeringsarts van het UWV zijn gezondheidssituatie niet goed heeft meegewogen/onderschat.
De betrokkene is na een zelfmoordpoging in Polen behandeld en vervolgens weer naar Nederland teruggekeerd. De Nederlandse huisarts is niet bevoegd hem bepaalde medicijnen voor te schrijven, met als gevolg dat de gezondheidssituatie alleen maar slechter wordt. Ook alle verzoeken om medische behandelingen stranden en een (medicamenteuze) behandeling is nog steeds niet opgestart. Met andere woorden: betrokkene wil wel, maar krijgt geen hulp en kan dus ook geen medische informatie overleggen ter onderbouwing van zijn standpunt dat het slecht met hem gaat.
Het UWV vindt dat zij al voldoende rekening hebben gehouden met de situatie van meneer en dat rekening is gehouden met de medische informatie die de betrokkene heeft overgelegd.
De bestuursrechter vindt dat echter onzorgvuldig. De rechtbank is van mening dat betrokkene voldoende heeft aangetoond dat hij heeft geprobeerd specialistische behandeling te krijgen, maar daar sinds medio 2024 nog op wacht. Daardoor kon hij zijn medische situatie op de datum in geding niet met medische stukken onderbouwen. Volgens de rechter had de verzekeringsarts van het UWV een onafhankelijke expertise moeten laten uitvoeren om tot een zorgvuldige beoordeling van de medische situatie van de betrokkene te komen. De bestuursrechter biedt betrokkene daarom een helpende hand en draagt het UWV op een expertise in te zetten om alsnog tot een zorgvuldig oordeel te komen binnen 12 weken na de tussenuitspraak.
Kortom: de betrokkene zal moeten afwachten wat er uit de expertise en zorgvuldige besluitvorming komt en of dan de drempel van 35% wél gehaald wordt.
